Een of beide LAN-poorten kunnen niet worden gebruikt om verbinding te maken met het FRITZ!Powerline-apparaat. Op FRITZ!Powerline aangesloten computers, NAS-systemen of andere netwerkapparaten worden niet door FRITZ!Powerline gevonden en hebben geen toegang tot het FRITZ!Powerline-apparaat of het internet. Op het apparaat wordt mogelijk een van de volgende foutmeldingen weergegeven:
Voer de hier beschreven stappen achterelkaar uit. Controleer na elke stap of het probleem is opgelost.
Opmerking:De instellingen van het FRITZ!Powerline-apparaat worden bij het opnieuw opstarten niet verwijderd.
Opmerking:Omdat de meest recente drivers vaak niet in de Windows-update worden aangeboden, kun je de drivers installeren via de website van de fabrikant, bijvoorbeeld van het Intel-downloadcenter.
De volgende stap is alleen nodig als het apparaat niet rechtstreeks maar via een hub/switch, een ander powerlineapparaat, een LAN/Wi-Fi-omvormer of ander apparaat is verbonden met het FRITZ!Powerline-apparaat:
Het apparaat is mogelijk met het FRITZ!Powerline-apparaat verbonden via een netwerkkabel die te lang, onjuist toegewezen of defect is:
Opmerking:Om een apparaat aan te sluiten op FRITZ!Powerline, kan elke standaardnetwerkkabel CAT5e of hoger (STP, 1:1) van maximaal 100 meter worden gebruikt.
Opmerking:In Windows kunnen er via ‘Apparaatbeheer’ voor veel netwerkapparaten verschillende energiebesparende functies worden ingesteld onder ‘Eigenschappen > Energiebeheer’.